Het drama van Meensel-Kiezegem
Welkom in Meensel-Kiezegem, het hart van het Hageland, tussen de appel- en perenboomgaarden. Vandaag is het een rustig dorp, maar wie er rondwandelt, merkt nog steeds de littekens van de Tweede Wereldoorlog. Meer dan tachtig jaar later blijft dit verleden tastbaar aanwezig.


Europa op weg naar oorlog
In de jaren ’30 raakt Europa in de ban van extreemrechtse ideologieën. In Italië komt het fascisme op onder leiding van Benito Mussolini. In Duitsland grijpt Adolf Hitler samen met de Nationaalsocialistische Partij de macht.
Ook België blijft niet gespaard. In Vlaanderen wint het Vlaams Nationaal Verbond (VNV), onder leiding van Staf De Clercq, aan invloed. In Wallonië ontstaat Rex onder Léon Degrelle. Later sluit ook DeVlag zich aan bij de collaboratie.
Op 1 september 1939 valt Duitsland Polen binnen. De Tweede Wereldoorlog is begonnen. Na de inval in Nederland, België en Luxemburg op 10 mei 1940 capituleert België na achttien dagen. Het land komt onder militair bestuur van generaal Von Falkenhausen.

De Witten en de Zwarten
Tijdens de bezetting wordt voedsel gerantsoeneerd. Gezinnen krijgen zegels om basisproducten zoals brood en boter te kunnen kopen. Een deel van de oogst moet verplicht worden afgestaan.
In Meensel-Kiezegem zijn er zowel collaborateurs (“zwarten”) als verzetslieden (“witten”). Sommige families werken samen met de Duitse bezetter. Anderen kiezen voor verzet: ze saboteren spoorlijnen, stelen rantsoenzegels en helpen neergestorte geallieerde piloten ontsnappen via geheime routes richting Spanje en Engeland.
In het dorp zit onder meer de Canadese piloot Edward “Teddy” Blenkinsop ondergedoken. Gedurende vier jaar blijft het relatief rustig. Tot de zomer van 1944.

De aanslag – 30 juli 1944
Op zondag 30 juli 1944 fietsen drie onbekenden – twee mannen en een vrouw – door Meensel richting Binkom. Tegelijk vertrekt vanuit Kiezegem een groep jongeren naar de kermis in Attenrode. Onder hen Gaston Merckx, zoon van een collaborerende familie.
Op het Boechout ontmoeten beide groepen elkaar. De fietsers vragen identiteitskaarten. Gaston Merckx trekt een wapen, maar het blokkeert. Hij vlucht het veld in en wordt daar neergeschoten. Merckx overlijdt ter plaatse.

“Hier zullen 100 gijzelaars voor sterven.”
— woorden van de moeder van Gaston Merckx
De eerste razzia – 1 augustus 1944
Twee dagen later volgen de eerste vergeldingsacties. August Craeninckx wordt opgepakt, gefolterd en langs de kerkweg doodgeschoten. Kort daarna worden ook Oscar Beddegenoots en Petrus Vandermeeren gearresteerd en geëxecuteerd.
Meerdere inwoners worden opgepakt, waaronder onderwijzer Ferdinand Duerinckx, lid van het verzet. Zij worden overgebracht naar de gevangenis van Leuven. Voor hun families volgt een periode van angst en onzekerheid.

De tweede razzia – 11 augustus 1944
Op 11 augustus 1944 omsingelen ongeveer 350 leden van de Vlaamse SS, de Veldgendarmerie en de Wachtbrigade het dorp. Huis per huis worden mannen, vrouwen en jongeren samengedreven, ongeacht hun betrokkenheid bij het verzet.
Bij de hoeve Schotsmans is men op zoek naar piloot Blenkinsop. Wanneer Jules Schotsmans weigert naar buiten te komen, wordt zijn boerderij in brand gestoken. Hij komt om in de vlammen.
In totaal worden die dag 81 inwoners van Meensel-Kiezegem opgepakt en overgebracht naar Leuven.

Gevangenschap en deportatie
Na opsluiting in Leuven en Sint-Gillis in Brussel worden de meeste gevangenen eind augustus 1944 gedeporteerd naar Duitsland, in overvolle veewagons.
Vanuit de trein weet Ferdinand Duerinckx nog een laatste boodschap naar huis te sturen:

“Op weg naar Duitsland, onbekende bestemming, allen gezond. Hopen spoedig weer te zijn. Bid voor een goede en snelle thuisreis.”
Voor de achterblijvende vrouwen en kinderen is het het laatste teken van leven.
Neuengamme en de uitroeiing
71 dorpsgenoten komen terecht in het concentratiekamp Neuengamme bij Hamburg. Ze worden ontdaan van hun bezittingen, krijgen een nummer en worden als slaven tewerkgesteld in steenfabrieken, wapenindustrie en satellietkampen.

Uitputting, ziekte, honger en mishandeling eisen maand na maand hun tol. Wanneer de geallieerden oprukken, volgen dodenmarsen en evacuaties.
Op 3 mei 1945 wordt het schip Cap Arcona door Britse vliegtuigen gebombardeerd. Meer dan 6.600 gevangenen komen om. Slechts één man uit Meensel-Kiezegem overleeft.

Een dorp dat achterblijft
Van de 71 gedeporteerden keren slechts 8 mannen terug. Het dorp blijft achter met weduwen, vaderloze kinderen en families in rouw.

Het drama van Meensel-Kiezegem is één van de meest aangrijpende voorbeelden van vergelding en extreem gedachtegoed aan het einde van de Tweede Wereldoorlog.
Want als we het vergeten, gebeurt het opnieuw.
